Voor de deur van ons hotel is veel bedrijvigheid, een zandhandel, een soort van garage, en natuurlijk de vismarkt.
Altijd een leuk object om even langs te lopen en waar veel te zien én nog meer te ruiken is. Zeker ‘s morgens met een net gevulde maag… niet dus.
We lopen naar de Jetty om een boot naar Mingun te regelen. Eigenlijk schrikken we best wel van de armoede die we tijdens die wandeling van zo’n slechts 10 minuten zien.
Mensen wonen- tussen het plastic afval en in het stof- in hele krakkemikkige huisjes onder de bomen langs de rivier of gewoon op de middenberm van de tweebaans weg. Dit is toch wel een heel ander Myanmar dan we eerder zagen.
Met onze privéboot steken we Ayerwaddy River over om de Mingun Pagoda te bekijken.
Over een smal en wiebelig loopplankje gaan we de boot af. Van een bamboe-stok wordt een soort van mobiele leuning gemaakt (vastgehouden door twee mensen). Aan de wal wordt met lege zakken een pad gecreëerd, zo hoeven we niet door het slib te lopen, wat een service!
De stupa had ooit de allergrootste moeten worden maar is nooit afgebouwd. Tijdens de aardbeving van 1839 is het bouwwerk zwaar beschadigd en daarn nooit meer hersteld.
Naast dit enorme massieve blok ligt de Hsinbyume pagoda, een fraaie pagode die door zijn kleur (wit) enorm fel reflecteert in de zon. Het doet gewoon pijn aan je ogen. Zo erg dat de lichtmeter van mijn Nikon er moeite mee heeft.
Deze Pagode is gebouwd in 1816 door de kroonprins ter nagedachtenis aan zijn eerste vrouw, die stierf in het kraambed.
Onderweg stoppen we kort bij de grootste werkende bel. De bel zou, als de stupa klaar was, bovenin komen te hangen. Tijdens de aardbeving van 1839 werd de bronzen bel van bijna 91.000 kilo van zijn sokkel getrild. Er zit geen klepel in en wordt geluid door op de buitenrand van de klok te slaan.
Terug in Mandalay zoeken we naar een beetje Europees-achting restaurant, helaas zonder succes. We kunnen het gewoonweg niet vinden. Dan maar met de tuk-tuk terug naar huis.
Wat we wel zien is een meer wat volledig vervuild is met zwerfafval en plastic, verschrikkelijk. En ik in het begin van deze reis nog wel trots bloggen dat Myanmar zo’n schoon land is. Kennelijk niet overal dus.
Aan het einde van de dag bezoeken we de U-Bein bridge. Voor de zonsondergang zijn we er nog te vroeg. In het hotel hadden we gevraagd wat de reistijd naar deze beroemde brug was. Die reistijd wordt vaak met een te ruime marge aangegeven.
De U-Bein bridge is met 1200 m de langste (teak)houten brug ter wereld. Eerlijk gezegd viel deze brug ons nogal tegen. Myrthe vond het eerder een lange vlonder over het water, daar heeft ie wel veel van weg. Daarnaast was het enorm toeristisch druk met lokale en zo af en toe wat internationale toeristen. Ook was er geen gebrek aan (souvenir)winkeltjes. Wel handig want hier hebben we eindelijk een kokosnoot gekocht, zo eentje die je ook bij AH ziet liggen.
In het hotel genieten we op “ons” dakterras wederom van de ondergaande zon.
Een Nederlands reisgezelschap is in het hotel aangekomen. Het is toch wel veel gezelliger als er wat meer mensen aanwezig zijn, zeker als het ook nog eens Nederlanders zijn.
We raken aan de praat met wat mensen, blijkt één man de zoon te zijn van Meester Schumacher van de Jozefschool in Heemstede, de wereld is niet zo groot!
Na het heerlijke avondeten lukt het ons wonder boven wonder om de Grandprix F1 te streamen, weliswaar met horten en stoten. Samen met Myrthe geniet ik van deze mooie race en spannende race. Toch ook wel weer de charme van internet anno 2019!
























Wat boft Matthijs dat er zo,n prachtige brug als voorbeeld voor de havens zich in Birma bevindt.
Je zult wel meteen de constructie op gevraagd hebben
Neem je wel de bamboe stokken en de plastic zakken mee. Daarvan zullen ze in Rotterdam erg opgetogen zijn.
Lieve mensen… een heel gekke en verrassende reis is deze.
Veel liefs PWB